De realiteit kan wel wat meer fantasie gebruiken, is het achterliggende idee van de tweede editie van de Videoland Academy. Om te ontsnappen aan de sleur van alledag, om gewoon omdat de realiteit niet per se florissant is. Dat weten we het huidige coronatijdperk als geen ander, want anders had matte painter, production designer, visual effects artist én regisseur Robert Stromberg gewoon acte de presence in Utrecht gegeven. Nu bleef hij (en de bezoeker) gewoon allemaal thuis, maar dankzij een vlekkeloze verbinding voelde Strombergs Masterclass misschien wel meer privé en persoonlijker dan anders ‘in het echt’, live vanuit Los Angeles. En anders hadden de aanwezigen die goedgevulde prijzenkast (met onder meer twee Oscars, een aantal Emmy’s en een People’s Choice Award) op de achtergrond in zijn werkkamer natuurlijk nooit gezien.

Stromberg begint zijn verhaal bij het begin – hoe hij het cinemavirus met de paplepel kreeg ingegoten. “Mijn vader, die een lowbudget horrorfilmmaker was die het nooit tot Hollywood-niveau heeft geschopt, liet me al op piepjonge leeftijd kennismaken met film”. Films met -voor die tijd- spectaculaire effecten zoals “The Wizard of Oz en King Kong, maar ook echte karakterdrama’s en avonturenfilms als They Died with Their Boots On en The Treasure of the Sierra Madre”. Stromberg beschouwt zijn vader als de grootste invloed op zijn filmcarriere, met als goede tweede: rijk geïllustreerde populairwetenschappelijke boeken. “Mijn oma had de Hoe en Waarom-serie van Time Life, die allerlei onderwerpen behandelden, van geologie en reptielen tot ruimtevaart en het menselijk lichaam. Dat was nog in de pre-internettijd, toen we nog niet allemaal aan het schermpje van onze iPhone zaten vastgelijmd. Ik was in die tijd geobsedeerd om uit te vogelen hoe alles in elkaar stak en werkte. Volgens mij is een belangrijk element van hoe je je als creatief persoon ontwikkeld, of van creativiteit in het algemeen. Sommigen van ons zijn behept met een aangeboren nieuwsgierigheid, en kijken nauwlettend naar de details die anderen ontgaan of niet interesseren. Als je creatief bezig bent, is het begrip van al die kleine stukjes informatie wat je in staat stelt te creëer. Want als ik een schilderij maak, dan is dat ook een proces van allerlei te nemen stappen.”

Strombergs eerste stappen in de filmwereld begonnen ook het maken van schilderingen. Matte paintings om precies te zijn, de ouderwetse schildering-op-glasplaat die voor de komst van computers en greenscreentechnieken de manier was om de illusie van andere werelden te scheppen. “Die glasplaat zette je dan voor de camera en door bepaalde gedeeltes te beschilderen kon je zo een decor of achtergrond verrijken of er een kasteel in plaatsen. Dat ik wist hoe het werkte, is ook iets dat ik van mijn vader leerde. Op mijn negende maakte ik mijn eerste matte painting. Gewoon op de glazen schuifdeur van het ouderlijk huis, die ik eruit had gelicht. Ik maakte een foto van het eindresultaat en vond het fascinerend. Ik was een jaar of negen meen ik. En had natuurlijk geen besef dat ik er later nog carrière in zou maken.” Maar dat deed Stromberg wel. Op zijn gedeelde beeldscherm tovert hij voorbeelden te voorschijn van scènes waar hij matte paintings voor leverde. In Spielbergs Raiders of the Lost Ark voegde hij vliegtuigen en hangars toe aan de scene waarin Indiana Jones met nazi’s op de vuist gaat, voor de Rutger Hauer-miniserie Fatherland creëerde hij vista’s van een alternatief Berlijn gebaseerd op de architectuur van Albert Speer en ook voor Martin Scorsese’s Cape Fear en Robert Zemeckis’ Cast Away hanteerde hij de kwast en het penseel.

Het was een ander schilderij dat zijn carrière in een stroomversnelling bracht – en hem uiteindelijk op koers naar zijn eerste Oscar zette, voor production design. “Uit het niks kreeg ik een telefoontje van James Cameron, met de vraag of ik hem kon helpen met een presentatie voor een nieuw project: een sciencefictionfilm die zich afspeelt op een buitenaardse planeet, met reusachtige bomen en zwevende bergen. Dat laatste kon ik maar niet uit mijn hoofd krijgen – hoe zou dat eruit zien? Diezelfde nacht maakte ik dit beeld, het allereerste beeld van wat Avatar zou worden. Toen Cameron dat zag, sloeg hij met zijn vuist op tafel en riep “THAT’s my fucking movie, right there!”. Dit werd de basis van hoe Pandora er in Avatar uitziet. Aanvankelijk wilde Jim dat alles op die planeet er blauw uit zou zien, tot aan de boombladeren toe.” Dat laatste wist Stromberg de regisseur uit zijn hoofd te praten. “Omdat het een stereoscopische 3D-film zou worden, zou dat niet werken. De menselijke waarneming gebruikt de kleur namelijk ook om diepte te registreren. En dat is in een 3D-film natuurlijk helemaal essentieel.”

Maar er was nóg een reden om meer en vooral verschillende kleuren te gebruiken. Bij fantasy-werelden is het belangrijk dat je de realiteit niet uit het oog verliest. “Je moet als kijker houvast hebben, iets dat vertrouwd aanvoelt. Anders kan er geen sprake van herkenning zijn.” Daarvoor greep Stromberg weer terug op de inspiratiebron uit zijn kinderjaren: de Hoe en Waarom-boeken. De designs van de buitenaardse levensvormen werden bijvoorbeeld geïnspireerd op macro-opnames van insecten of vliegen die onder de elektronenmicroscoop waren gelegd. En als je goed kijkt, zie je wellicht in de buitenaardse boombast de textuur van aardse reptielen terug. “De truc is om dingen te combineren. Dat maakt het vreemd of anders en toch herkenbaar tegelijkertijd.” De mooiste complimenten van de notoir strenge James Cameron? “‘That doesn’t suck’ of, bij wijze van grap, ‘You just came up with the best idea I’ve ever had!’.” Ook op een groter niveau was de vormgeving van Avatar een combinatie. “Een andere designer was verantwoordelijk voor het menselijk-militaire gedeelte, en ik ontwierp de buitenaardse flora en fauna. Die tegenstelling maakte het perfect voor twee aparte designideeën.”

Waar hij het fantasy-aspect van Avatar op de aardse realiteit baseerde, moest hij voor Tim Burtons Alice in Wonderland juist alle remmen los laten. Avatar was sciencefiction -“wat vereist dat alle elementen plausibel zijn” en Alice is meer surrealistische gein. Eigenlijk is die ongeremde gekkigheid leuker, omdat je er niet mee in de fout kunt gaan. Het was juist Burton die hem dwong om zijn fantasie de vrije loop te geven, om voor extremer te gaan. Want, zo bekende Stromberg, “het is goed mogelijk dat ik op bepaalde plekken te veel realisme in had gebracht.”

Uiteindelijk bracht al zijn kennis en ervaring hem op de regiestoel, voor de Angelina Jolie-fantasyfilm Maleficent. Zijn ruime ervaring met de andere facetten van filmproductie waren daarbij een pluspunt. “Ik hou van film maken vanwege de samenwerking. Iedereen heeft geweldige ideeën. Aan jou als regisseur de taak om te luisteren. De belangrijkste les die ik leerde van soloartiest naar iemand die met teams van honderden mensen groot leerde is dat je ten eerste moet luisteren. Als je dat doet en mensen laat participeren, dan zullen ze veel hogere kwaliteit leveren.”

Geen masterclass zonder publieksparticipatie. Het chatvenster stroomde live vol met vragen van de kijkers, met misschien als mooiste die van wat Strombergs advies was aan beginnende filmmakers. “Het begint allemaal met een goed verhaal en dito script. En laat je inspireren door al bestaande dingen. Zoals ik al eerder zei: pak de stukjes kennis die je al weet en breng ze op zo’n manier samen dat het anders is dan mensen verwachten. En met de iPhone en montagesoftware van vandaag de dag is er geen enkel excuus om níet iets van een minuut of twee te maken. En daarna een film van vijf minuten, en dan vijftien en dan een hele film.” Zelfs als het eindresultaat een misbaksel is, is dat nog goed. Volgende keer beter, zoals Strombergs mooiste motto luidt: “fail upwards!”.