di 24 nov 2020

De 7 Gouden Vragen Aan…Paul Ruven

Deze week draaien er heel wat Nederlandse documentaires op IDFA. Maar hoe maak je een documentaire in Nederland? En wat beweegt documentairemakers? Daarover lees je meer in het boek Documentaire, 4 beslissers en 18 nieuwe makers van filmmaker Paul Ruven. NFF stelde zeven vragen aan de auteur.

1. Wat kun je vertellen over het boek?

Paul Ruven: “In Documentaire, 4 beslissers en 18 nieuwe makers worden diverse vragen beantwoord. Hoe komen makers maar ook beslissers tot hun keuzes? Wat zijn hun tips? Hoe zijn ze in het vak terecht gekomen? Hoe zien ze hun toekomst en hoe moet het verder met de documentaire? Wat opvallend was om te horen: sommige documentairemakers willen toch ook graag speelfilms gaan maken. Daarnaast: slechts één van de achttien geïnterviewde makers kan volledig van documentaire maken leven. Je moet dus echt graag willen!”

2. Voor wie is het boek bedoeld en waarom is dit boek onmisbaar in je boekenkast?

“Dit is een boek voor iedereen die graag een documentaire wil maken. Je komt bijvoorbeeld te weten hoe de besluiten bij de fondsen en omroepen worden genomen, en hoe het makers lukt om steeds nieuwe documentaires te maken. We hebben bewust een breed spectrum van regisseurs: van artistieke films tot Videoland docu’s. We hebben makers gesproken die ooit begonnen bij RTL klusprogramma’s, mensen die prijswinnende commercials maakten en, filmers die geen zin hebben om allerlei formulieren in te vullen en scenario’s van tevoren te schrijven. Deze makers beginnen vaak gewoon en slagen nog ook!”

3. Kun je alvast één sterke tip uit het boek met ons delen?

“Carine Bijlsma (regisseur van o.a. Devil’s Pie – D’Angelo red.) geeft  in het boek zes voorwaarden voor een goede docu. Ze vindt bijvoorbeeld dat je iemand moet kiezen, die spannend genoeg blijft om een hele film te dragen. Dan vallen heel veel hoofdpersonen meteen af. Shamira Raphaëla (regisseur van o.a. Ons Moederland, red.) geeft aan dat je moet vechten voor je eigen films en je niet moet aanpassen aan de visie van iemand anders. De vier beslissers die in het boek aan het woord komen geven goede inside tips. Zo formuleren ze wat voor hen het verschil maakt bij een bijzondere documentaire.”

4. Wat was het allerleukste aan het maken van dit boek?

“De vechtlust van de documentairemakers was het allerleukste om mee te maken. Het vuur in hun ogen, klap op de tafel, en dat ze, bij wijze van spreken, alles zouden verkopen om die belangrijke volgende scene te kunnen draaien. Iedereen kon ook echt open praten en alles zeggen, omdat ze wisten dat ze zelf hun interview nog mochten “censureren”. In elk verhaal zit ook weer een verrassing. Zo wist ik niet dat Guido Hendrikx is gaan filmen omdat hij gestopt was met treetjes bier, zware shag en kattenvoer voor een hulpbehoevend iemand te kopen.Daarmee begon zijn carrière en uiteindelijk maakte hij IDFA openingsfilm Stranger in Paradise.”

5. Voor wie uit jouw vak heb je veel bewondering?

“Ik heb enorme bewondering voor makers, die hun idee zonder allerlei compromissen durven door te zetten. In mijn vorige boek Filmervaringen uit de praktijk staat waarom veel talenten geen tweede film maken, of daarna afhaken. Mensen met talent zijn kwetsbaar en zeldzaam, die moet je stimuleren. Ook al is hun vorige film mislukt. Als je dat niet doet, gaat niemand meer iets durven in film. Dan krijg je alleen maar saaie angstige filmers die niks proberen, waar we er nu echt teveel van hebben. Ik geloof dat ik zo’n beetje de enige over ben, die bij elke film iets nieuws of anders probeert, zonder zich iets aan te trekken.”

6. Welke Nederlandse film moet je echt gezien hebben?

“Ik hou van elke Nederlandse film waar je de passie en het plezier van de maker voelt. Paul Verhoeven is een goed voorbeeld daarvan. Ik kijk graag films van makers, van artistiek tot publieksfilm, die het publiek in de zaal echt meenemen in wat ze super belangrijk, super bijzonder of super levensvreugd vinden. Dat super moet je voelen. Anders heb je weer zo’n zo-zo-nou-ja-ach film. Dood of de gladiolen: dat wil je voelen.”

7. Wat kunnen we nog meer van je verwachten in de toekomst, qua films en/of andere projecten?

“We zijn nu in de postproductie van Mijn beste vriendin Anne Frank, die ik co-produceer. We moesten de film na vijf draaidagen in Hongarije vanwege corona pauzeren, maar gelukkig is er toch gekomen met hulp van onder andere het Filmfonds. Bij de eerste viewings kreeg ik een paar keer een brok in mijn keel en aan het eind tranen in mijn ogen. Daar doe je het toch voor. Mijn grote droom is om nog een soort verrassend vervolg te maken op De tranen van Maria Machita met Ellen ten Damme. Ik ben ook nog bezig met Gimmick!, naar het boek van Joost Zwagerman onder regie van Rogier van der Ploeg. Het is al vijf regisseurs niet gelukt om er een film van te maken, maar wij zijn vastbesloten om die vloek te verslaan. En je weet het: in de film is het filmen en opstaan!”