ma 30 mrt 2020

I.M. Peter van Bueren (1942-2020): ‘Die kon een film maken of breken’

Peter van Bueren, decennialang de meest gezaghebbende filmcriticus van Nederland, is op 78-jarige leeftijd overleden aan de gevolgen van kanker. De oud-journalist van de Volkskrant verdween met zijn vervroegde pensioen uit de kolommen, maar bleef achter de schermen actief in de filmwereld.

BRON: Bor Beekman, De Volkskrant

Peter van Bueren in 2002, door Felix Kalkman
Peter van Bueren in 2002, door Felix Kalkman

 

‘Peter van Bueren! Die kon een film maken of breken’, schreef een lezer onlangs nog aan de Volkskrant, in een begeleidend briefje bij haar keuze voor de Volkskrant-film van het jaar lezersverkiezing, in 1978 geïnitieerd door Van Bueren zelf.

Als ze Julia Roberts ergens zag, moest ze altijd weer denken aan wat de criticus ooit in haar krant schreef over de lippen van de Amerikaanse actrice. Uit de – toch overwegend positieve – bespreking van de filmhit NOTTING HILL: ‘Je moet natuurlijk niet gestoord raken van die vreselijke kunstmatig uitgerekte bovenlip van Julia Roberts, toch al een actrice die geen seconde de indruk wekt dat achter haar grote ogen meer schuilt dan een volledig niets.’

Peter van Bueren (Amsterdam, 1942) zag in zijn leven meer dan vijftienduizend films en recenseerde er enkele duizenden, waarvan het merendeel in dienst van de Volkskrant, waar hij midden jaren zeventig aantrad als opvolger van Bob Bertina. Een jaar daarvoor veroorzaakte hij een rel als recensent van het katholieke dagblad De Tijd, met zijn positieve besprekingen van zowel Paul Verhoevens TURKS FRUIT als Bernardo Bertolucci’s LAST TANGO IN PARIS, die in dezelfde week uitkwamen. Drieduizend lezers zegden hun abonnement op, vanwege het gunstige oordeel over al die ongeziene schunnigheid. Maar de hoofdredacteur van De Tijd schaarde zich achter zijn filmredacteur.

In tijden zonder internet, zonder videotheken zelfs, was de filmjournalist een baken. Degene die voor zijn of haar (meestal zijn) zuil bepaalde wat men in de theaters moest gaan zien, en wat niet.

Katholieke filmkeuring

Van Buerens ouders kwamen uit een streng katholieke kaste, maar de zoon was zelf geenszins gelovig. Die vergat nooit hoe hij als scholier stiekem het Rembrandttheater te Haarlem binnenglipte om Zondaars in spijkerbroek te zien (Les Tricheurs), een door de katholieke filmkeuring afgeraden Franse film met blootscènes. Bij het aangaan van het zaallicht stond de jonge Van Bueren op en keek om, recht in de ogen van zijn godsdienstleraar, pater en KRO-radio dagsluiter Leopold Verhagen, die nadrukkelijk geen blijk van herkenning gaf.

Er was niks omfloerst of geveinsd beleefd aan de filmjournalist. Noch in zijn kritieken, noch in zijn wandel door de filmwereld. Een film – of een persoon – deugde, of deugde niet. Zo ondervond ook Harvey Weinstein eens, in Cannes. ‘How do you know it’s nice to meet me?’ klonk Van Buerens standaardrespons; de studiobaas droop af. Toen hij Lee Chang-dong ontmoette, op een festival te Thessaloniki, vroeg de cineast, die toen nog geen woord Engels sprak, wat Van Bueren eigenlijk van zijn regiedebuut vond.

De dienstdoende tolk trok wit weg tijdens de uiteenzetting van de Nederlander, die onverbloemd zowel de kracht als zwaktes van het gangsterdrama GREEN FISH benoemde. Lee, tegenwoordig een van ’s werelds meest gevierde cineasten, en tussendoor ook nog even minister van Cultuur in Zuid-Korea, nam de woorden in zich op, fronste diep, en antwoordde na een minutenlang ongemakkelijk zwijgen: ‘U bent de eerste persoon die mijn film begrijpt.’ Lee’s Hollandse broer, noemen ze Van Bueren in Korea; de twee werden beste vrienden.

Hij had de naam geen liefhebber te zijn van Hollywoodvermaak, maar Van Bueren schreef enthousiast over grote (en goede) Amerikaanse studiofilms als BACK TO THE FUTURE en RETURN OF THE JEDI. ‘Als je honderd films ziet, zijn er nou eenmaal tachtig tinnef’, was zijn antwoord, gevraagd naar die vermeende zuurgraad. ‘Dus dan heb je tachtig negatieve recensies. Dat zegt niks.’

Van Bueren had al snel door wat er zich achter het IJzeren Gordijn afspeelde en was de eerste Westerse journalist die sprak met de Poolse meestercineast Krzysztof Kieslowski (1941-1996). Ook stond hij vooraan bij de opleving van de Aziatische cinema. Hij had de interviewprimeur met Zhang Yimou, vaandeldrager van de Chinese cinema, die in de jaren tachtig razend populair werd in de Nederlandse filmhuizen.

Hollywood

Tijden veranderden. In de jaren negentig vroeg de toenmalige hoofdredactie zich af waarom de Volkskrant op festivalbezoek geen aandacht besteedde aan Nicole Kidman. Dat was zijn taak niet, vond Van Bueren, die zijn lezers liever warm maakte voor ongerept regietalent. De journalist reisde de halve wereld rond als bezoeker van filmfestivals, van Moskou tot Buenos Aires, maar zette nooit ook maar een stap in Hollywood. Wie dit opmerkelijk noemde kreeg de wind van voren. ‘En wat dan nog? Ik ken het toch uit de films? En wat moet ik daar dan? Aanbellen bij Jack Nicholson? Denk je dat hij opendoet?’

‘Cinema’: Van Bueren kon het zeggen als een bevel, met een harde S. De essentie van film, voor hem: wanneer de kunstvorm iets verricht wat al die andere kunstvormen niet kunnen. Sommige filmers zijn interessant, om tal van redenen. Zoals Fassbinder, of Pasolini. Maar de eerste maakte toch altijd weer theater, de tweede betrof een dichter. Tarkovski, Antonioni, Buñuel of Coppola – dát waren volbloed cineasten.

Die is ‘misschien meer een verfilmer dan een filmer’, stelde de criticus ooit tijdens een vijandelijk gesprek met Nederlands bekendste regisseur Paul Verhoeven, destijds opgetekend door De Haagse Post. Een aanval ja, zei Van Bueren er later over. ‘Maar deels ook waar. Altijd die boeken verfilmen, en dan bewerkt door Gerard Soeteman. Met dat ordinaire erin, waar Verhoeven ook niet helemaal eerlijk over was: dat kwam dan weer door Soeteman, als je hem er op aansprak. Ja dag, Verhoeven pompte het op.’

Het was schelden en ruzie, als ze elkaar tegenkwamen. Later trok dat iets bij: Van Bueren schreef enthousiast over DE VIERDE MAN en BASIC INSTINCT, voortaan zeiden ze elkaar normaal gedag.

In de jaren zeventig dreigde Jos Stelling Van Buerens ramen in te gooien vanwege een recensie van zijn speelfilm REMBRANDT FECIT 1669, waarin de criticus de filmer aanraadde een psychiater te bezoeken. Het kwam goed: de regisseur en Utrechtse bioscoopondernemer werd een dierbare vriend.

‘Sla maar papa’

Van Bueren trok ook op met een nieuwe generatie filmers: de Nederlanders David Verbeek, Fow Pyng Hu en Joost van Ginkel, ieder al eens met werk geselecteerd voor Cannes of Venetië. Hij bewonderde ze, beval hun werk aan bij zijn internationale contacten, maar wees ze ook – hij kon niet anders – op filmische tekortkomingen. ‘Sla maar papa, sla maar’, grapte Hu dan.

Ook toen er vanwege zijn ziekte nog maar weinig tijd resteerde, spotte Van Bueren urenlang werk van beginnende filmers in de Tiger-competitie van het Rotterdamse filmfestival; hopelijk zat er eentje tussen met wat talent.

Niet al het zeer loste op in de tijd. De echtgenote van Rutger Hauer kon Van Bueren wel villen, en vergat nooit hoe de Volkskrant schamperde over Hauers Golden Globe, gewonnen voor diens rol in Escape from Sobibor; ‘op de achtergrond was er ook een Nederlands succesje op filmgebied in Hollywood’.

Hij achtte Hauer geen bijzonder acteur, Jeroen Krabbé al helemaal niet. Maar ook iemand als Meryl Streep kon hem nooit bekoren. Technisch knap, dat zag hij heus wel. ‘Maar ze acteert, ze ís het niet. Dan ben je geen groot filmactrice.’

Razend

Van Bueren spelde de Volkskrant, iedere dag. Ook na zijn onvrijwillige vervroegde pensioen in 2002. De berichtgeving was goed, maar besteedde te veel aandacht aan acteurs. Echt razend werd hij van de artikelenstroom over de Oscars: zoveel pagina’s voor wat in feite een lokale Amerikaanse aangelegenheid is. Hollywood, dat al sinds de Tweede Wereldoorlog ook in Nederland ruim 70 procent van het bioscoopaanbod bepaalt, terwijl het Amerikaanse aandeel in de totale wereldproductie zoveel kleiner is; hij zou zich er nooit bij neerleggen.

Buiten Nederland ging Van Bueren niet met pensioen. Tot enkele jaren voor zijn dood trainde hij jonge Armeense filmcritici in de Zuidelijke Kaukasus, op het Yerevan International Film Festival. Vanwege zijn inzet gaven ze hem de Parajanov Thaler Lifetime Achievement Award, die eerder werd uitgereikt aan giganten als Abbas Kiarostami, Wim Wenders en vriend Lee Chang-dong.

Ook ging hij, zolang het fysiek nog kon, jaarlijks als eregast over de rode loper van het belangrijkste Aziatische festival voor de artistieke cinema in Pusan, ingevlogen door de festivalleiding die hij onbezoldigd adviseerde. Toegejuicht door duizenden Koreanen die zijn kritieken in de Volkskrant nooit lazen, maar wel konden opmaken dat die Hollander op een of andere manier van belang was.

Peter van Bueren laat twee dochters achter, en twee kleinkinderen