vr 04 okt 2019

Interview met Daniel Ernst van DIE FERNWEH OPER

De nietigheid van de mens en de intimiteit van een privé-performance op werkelijk astronomische schaal, de stilte na de show: DIE FERNWEH OPER van Daniel Ernst is een overweldigende virtuele kijkdoos, die oog- én oorstrelend is.

Door: Anton Damen

Je was al bezig met virtual reality toen de techniek nog behoorlijk houtje-touwtje was. Is het maken van vr-ervaringen nu niet veel simpeler dan in het begin?

“Ik begon in 2013 met VR -specifiek werk. Daar bedoel ik mee: verhalen die alleen in virtual reality verteld kunnen worden, en niet in een film of als game. In het begin was letterlijk alles een uitdaging, van techniek tot ontwerp. Nu de techniek een vaste vorm begint te krijgen, geeft me dat meer gelegenheid om me te focussen op de boodschap. Want over die firmware-updates heb je nul controle, of over zonlicht die een sensor kan verstoren. Het gaat nu meer om te onderzoeken wat je met VR allemaal kunt. Ik loop daarbij nog regelmatig tegen obstakels aan. Wie iets nieuws probeert, neemt onherroepelijk een verkeerde afslag, maar het is heel bevredigend als je het uiteindelijk hebt uitgevogeld.”

DIE FERNWEH OPER maakt onderdeel uit van een reeks waar je al heel lang aan werkt van op zich zelf staande werken, toch?

“Ja, het is het vierde diorama dat ik maak. Net als de diorama’s die je van vroeger uit het museum kent zijn het tijdloze, verstilde plekken, zonder begin en zonder eind. In VR kost het tijd voordat de gebruiker de echte wereld vergeet en de virtual reality accepteert – doorgaans zeven minuten. Daarom wil ik de persoon voor die tijdsduur op één plek houden, en de exploratie belangrijk maken. In een computergame moet je misschien in een rotvaart door een kantoorgebouw rennen omdat zombies je op de hielen zitten. Dan let je niet wat er op een bureau staat. Maar in VR kun je dat verhaal wél vertellen. Daarin kun je heel gedetailleerd, op de centimeter na, een bureaublad tot leven brengen. Welke voorwerpen liggen erop, wie staat er in dat fotolijstje? Wat voor verhaal vertellen die krassen op de rand van het blad? En het is ook echt ambachtelijk werk. De ontwerpen maak ik met pen en papier, en die details -zoals die krassen-  schilder ik met de hand in de digitale wereld in. In het geval van DIE FERNWEH OPER is de setting een opera, waar ik speel met gevoel van afstand tussen jou en de performer. Een performer die dertig meter hoog is. Dat creëert een lijfelijke ervaring die je niet in het echt kunt realiseren. De afstand is er tussen jou en jouw omgeving, en tussen jou en Asteria. Naast haar optreden is er een kleedkamerscène. Die is leeg, want de zangeres is aan het optreden. Zo heb je alle tijd om Asteria’s kleedkamer te onderzoeken. Je zweeft er rond, als ware een geest. Ondertussen voel je dat je aangestaard wordt door al die bewegende miniatuurpoppetjes die er opgesteld staan. Het gaat om subtiele emoties in verstilde vertrekken.”

In DIE FERNWEH OPER betreed je twee afzonderlijke ruimtes. Maakt de volgorde eigenlijk nog uit en waarom eigenlijk twee?

“Er is geen verhaal dat van A naar B loopt. Het is helemaal prima als je halverwege de opera in zou stappen, en de volgorde is van de scènes staat ook niet vast. En eigenlijk hoort er nog een derde scène bij, die zich in de vertrek van de conciërge afspeelt. Die is praktisch af, maar ik ben er nog niet helemaal tevreden over, dus wil daar nog aan sleutelen. In VR is namelijk het kleinste detail nog essentieel, dat het de illusie kan verbreken als die niet klopt, en een festival is een setting waar je niet altijd de volledige controle hebt. Maar als DIE FERNWEH OPER in de toekomst in drie delen wordt gepresenteerd, maakt het geheel een mooie lus. En het is ook de bedoeling dat je hem te zijner tijd thuis kunt downloaden, in een versie voor de Oculus Quest.”

Met een astronomische setting verwachtte ik een bonte kleurenexplosie. Dus de keuze voor zwart-wit verraste me best.

“Het werk was eerst in kleur, maar dat werkte niet. Door kleur voelde het te veel als een echte plek. Zwart-wit draagt bij in het gevoel van afstand. Het beeld wordt er abstracter door, het contrast wordt vergroot. Tegelijkertijd wordt het ook romantischer, op de manier van de oude taferelen van filmpionier Mélìes. En ook het klassieke filmsterrengevoel. Maar het is óók een technisch ding. Als je voor zwart-wit kiest en de omgeving heel strak houdt, dan vallen de pixels veel minder op.”