Ga naar inhoud
Fellowships

In gesprek met de NFF Fellows: Nirit Peled

Bij het NFF Fellowships Programma werken ieder jaar een drietal kunstenaars aan hun eigen innovatieve onderzoek op het kruisvlak van technologie en maatschappij. In dit bijzondere programma staat alles ter discussie: de vragen die gesteld worden, de methodes die gehanteerd worden, zelfs de uitkomsten liggen niet vast. Om mee te kunnen kijken in de keuken van hun werkvormen, dilemma’s, en beweegredenen, gaat Paulien Dresscher, curator van het programma en onderzoeker op het gebied van digitale cultuur, het gesprek aan met de Fellows.

De derde Fellow dit jaar is Nirit Peled.

Fellows 2025-2026
Deel 3: Nirit Peled

Green Clouds

Green Clouds: Over herinneren en vergeten

Nirit Peled doet onderzoek naar herinneren en vergeten in het digitale tijdperk.

Nooit eerder konden we zoveel van ons leven bewaren. Foto’s, berichten, documenten, zoekgeschiedenissen en andere digitale sporen worden bijna vanzelfsprekend opgeslagen, vaak zonder dat we nog bewust besluiten wat we willen behouden en wat we kunnen laten verdwijnen. Met gemak hebben we meer dan twintigduizend foto’s de hele dag bij ons, en een veelvoud daarvan staan in de cloud. Die bijna onbeperkte mogelijkheid om vast te leggen en te bewaren roept vragen op. Wat doet bewaren met ons geheugen en met onze samenleving? En wat zijn de planetaire kosten van al dat bewaren, nu we steeds grotere delen van onze aarde volbouwen met datacenters? Datacenters die bovendien enorme hoeveelheden water verbruiken — een hulpbron die ook in Nederland steeds schaarser wordt.

Als maker is Nirit Peled lastig in een hokje te stoppen. Ze is oorspronkelijk kunstenaar en ontwerper, maar raakte gaandeweg steeds meer betrokken bij verhalen vertellen in ook andere vormen. Als journalist, documentairemaker en schrijver werkte ze voor Tegenlicht en schreef ze stukken voor de Groene. Zo heeft ze zich steeds verder ontwikkeld in methodes om de wereld om haar heen te beschrijven en hierop te reflecteren. De kern echter van haar werk, is het onderzoek zelf, het stellen van vragen.

Voor mij ging dit fellowship over mezelf toestaan om bij de vraag te blijven staan. Niet direct antwoorden zoeken, kritisch blijven kijken, nieuwsgierig blijven. En dan vervolgens een stap verder dan de journalistiek te zetten, en bij de kunst uitkomen, om te ontdekken hoe je het verhaal vertelt.”
--Nirit Peled

Het uitgangspunt van Peleds onderzoek Green Clouds is het besef dat opslag nooit neutraal is. In haar vorige performance, Off the Record, onderzocht Peled een algoritme dat door de politie wordt gebruikt om risico’s in te schatten en te voorspellen welke jongeren mogelijk in de criminaliteit terechtkomen. Ze realiseerde zich dat de opslag van persoonlijke data van jonge veelplegers grote impact had op de rest van hun leven: "Het betekent eigenlijk dat wanneer we naar hun dossier kijken, we een soort concentratie zien van alle slechte dingen die ze hebben gedaan.” Er is geen relativering, de positieve dingen uit hun leven staan er niet in, en misschien wel het belangrijkste, het blijft hen eindeloos achtervolgen. Ze neemt haar eigen leven als tegenvoorbeeld: "Ik had dit kind kunnen zijn, ik heb heel veel foute dingen gedaan, maar mijn data is niet beschikbaar voor jou, toch? De achterliggende vraag is hier natuurlijk, in hoeverre kun je een mensenleven in data vatten. En in hoeverre moedigt dit een samenleving aan om niet alleen niet te vergeten, maar ook niet meer te vergeven. Bewaren en behouden hebben ook een keerzijde.

Van bewijs naar gevoel

Peled is gefascineerd door onderzoeksjournalistiek, maar merkte dat sommige verhalen vragen om een ander register dan de journalistiek alleen kan bieden. Maar haar terugkeer naar de kunsten ziet Peled niet als vlucht uit de journalistiek, maar eerder als aanvulling hierop. "Ik denk niet dat journalisten sciencefiction moeten gaan schrijven," zegt ze, "maar ik denk dat sommige van die verhalen zouden moeten overvloeien naar de kunsten, omdat de kunstenaar iets anders kan doen." De kunsten hebben het vermogen om de ervaring en impact van iets ongrijpbaars (zoals een algoritme, een datacenter, verlies) voelbaar te maken via verbeelding en speculatie — zonder de last van bewijs die journalistiek wél draagt.

Die verschuiving van bewijs naar ervaring wordt duidelijk in haar beschrijving van datacenters, gezien vanuit een vliegtuigraam: "Dit ziet eruit als een Lego-landschap van infrastructuur. En al deze infrastructuur is ontworpen om jou te bewaren." Het is een zin die twee zaken verbindt: het documentaire en het persoonlijke.

Green Clouds 3

De wachtkamer

Het meest persoonlijke element van het Green Clouds, en tegelijk het element waar ze het meest mee worstelt, is haar eigen ziekte. "Tijdens dat jaar dat ik begon met onderzoeken, net voor het begin van de fellowship, werd ik ziek en mijn wereld veranderde," vertelt ze. Vanuit een ziekenhuiskamer, omringd door een invasieve behandeling en met alle tijd van de wereld, was ze overgeleverd aan haar telefoon om de tijd te doden. Ze herinnert zich hoe, terwijl zij ziek was, het publieke debat over kunstmatige intelligentie op gang kwam met de belofte dat het ziektes zou kunnen genezen: "De greenwashing van AI was: wat als we kanker kunnen genezen?" Maar uit die hoop ontstond ook een ongemakkelijke vraag: wat zijn we bereid op te offeren voor technologie die belooft ons langer in leven te houden?

De ogenschijnlijk vreemde vergelijking dat technologie kanker kan genezen maar ook je foto’s kan redden, is misschien minder absurd als je je realiseert dat beide impulsen voortkomen uit de weigering om verval te accepteren.

Ik denk dat er in onze solutionistische, media-optimistische mindset weinig ruimte is voor verval, vergeten en sterven. Alsof technologie ons daarvan kan bevrijden. Maar willen we werkelijk eeuwig leven en alles onthouden?”
--Nirit Peled

In haar onderzoek keek Peled naar verschillende vormen van digitale nalatenschap die worden aangeboden aan terminaal zieke patiënten — manieren om iets van jezelf achter te laten die, tegenover de realiteit van de dood, een vorm van onsterfelijkheid lijken te beloven.

Ze beschrijft hoe kankerpatiënten in het ziekenhuis het aanbod krijgen om zichzelf vast te leggen in een mooi klein interview of in een video, voor wie achterblijft. Je kunt zelfs een bot trainen op basis van jezelf, zodat je kinderen na je dood nog met hun ouder kunnen praten. Het nastreven van deze vorm van digitale onsterfelijkheid kun je in de ogen van Peled zien als de meest extreme kant van een cultuur die ziekte en sterfelijkheid liever oplost dan doorleeft.

Van het lichaam naar de aarde

Wat de wachtkamer verbindt met haar bredere onderzoek naar datacenters en ecologie, is een simpele vraag die ze zichzelf stelde: "Wat gebeurt er als het genezen van mezelf impact heeft op de leefbaarheid van de aarde? Wat als we mensen kunnen genezen maar oceanen en onze aarde tegelijkertijd vervuilen?” 

Green Clouds 2

We halen mineralen uit de grond om data op te slaan, zonnepanelen vullen het Noord-Hollandse landschap: terwijl wij data behouden, creëren we een soort ecologische vergeetachtigheid volgens Peled: "Je maakt ergens anders een litteken, je haalt mineralen weg, je vernietigt iets omdat je iets anders wilt behouden. We maken groen in onze steden, en dan zal alles om ons heen woestenij worden. Is dit wat we willen?"

Toch is voor Peled haar werk geen aanklacht tegen technologie op zich en ze is dan ook expliciet over haar eigen verstrengeling erin. "Ik wil ook gewoon met AI spelen. Ik vind het fascinerend”. Maar juist daarom voelt ze ook de verantwoordelijkheid om te vragen waar het naartoe gaat: "Wij zijn de generatie die de wereld nog kende zonder internet en AI, wij hebben de overgang gezien en aangejaagd. Dat geeft ons de verantwoordelijkheid om de impact te documenteren." Ze onderbouwt dat met haar eigen herinnering aan de intrede van het internet: “Het internet kwam met zo’n enorme belofte van vrijheid. We konden niet geloven dat er iets slechts aan zat” – een blindheid die ze nu, bij AI, niet wil herhalen.

Wat niet gedocumenteerd is

In de lecture-performance die ze aan het ontwikkelen is binnen het Fellowship, plaatst ze tegenover deze overvloed aan digitale opslag een ander soort geheugen: het orale, dat van haar eigen familie, Jemenitische Joden die naar Israël migreerden. Haar grootmoeder, door haar kleinkinderen liefkozend "de piraat" genoemd om haar hoofddoek, stierf voordat Nirit haar de vragen kon stellen die ze nu, te laat, wil stellen. "Het is grappig dat toen zij er nog was, ik haar niets vroeg." Wat haar daarbij opvalt, is dat veel mensen dit herkennen, bijna niemand legt herinneringen vast van geliefden terwijl ze nog leven – ondanks alle technologie die daarvoor beschikbaar is.

De afwezigheid van documentatie heeft, zo bedenkt ze, ook een paradoxale kracht. Over het lot van de Jemenitische gemeenschap zegt ze: “Verschrikkelijke dingen gebeurden met de Joden die Jemen verlieten, maar het is niet gedocumenteerd. Dit is niet iets waar ze naar kunnen kijken, dus het wordt een verhaal, een orale geschiedenis, ze vinden er een plek voor.”  Ze stelt daar een indringende vraag tegenover, gericht op toekomstige generaties die wél volledig gedocumenteerd zullen zijn: "Wat gebeurt er als alles gedocumenteerd is en we de hele tijd moeten omgaan met de last van het bewijs?" Vergeten betekent hier niet simpelweg achterlaten of verdergaan. Het gaat ook om de mogelijkheid om het verleden op andere manieren te dragen, door te geven en er een plek voor te vinden.

Blijven bij de vraag
Als er iets is dat door het hele gesprek heen als methode terugkeert, is het haar weigering om conclusies te trekken. "Blijf in de vraag," zegt ze meermaals, bijna als motto

Je hoeft geen uitspraken te doen. Je moet de vraag stellen. Neem de tijd om een mening te vormen.”
--Nirit Peled

Voor Peled is dat geen afwezigheid van positie, maar een methode van onderzoek. Ze is geïnteresseerd in hoe verschillende manieren van kijken — journalistiek, filmisch, algoritmisch — bepalen wat we kunnen weten en zien, maar ook wie of wat buiten beeld blijft.

Bij Green Clouds ontdekte Peled het essay als een vorm van onderzoek én van vertellen. Een vorm waarin ze verbanden kan leggen tussen het persoonlijke en het technologische, tussen het lichaam en de infrastructuur, de aarde en uiteindelijk zelfs de orbitale ruimte. Juist het speculatieve geeft haar de ruimte om die verschillende lagen naast elkaar te leggen en de toekomst te verbeelden.

"Ik moet observeren," zegt ze over haar werkwijze. "Er moet een dialoog beginnen tussen mij en iets. Er moet een verhaal zijn." Het project dat uit de wachtkamer is voortgekomen, die reis – "van het heel persoonlijke naar het kosmologische" – is uiteindelijk niets anders dan die vraag, in al haar lagen, volgehouden: wat betekent het om iets te bewaren, en wat kost het om nooit te vergeten?

Geschreven door Paulien Dresscher. 

ga terug