Ga naar inhoud
Fellowships

In gesprek met de NFF Fellows: Matthew C Wilson

Bij het NFF Fellowships Programma werken ieder jaar een drietal kunstenaars aan hun eigen innovatieve onderzoek op het kruisvlak van technologie en maatschappij. In dit bijzondere programma staat alles ter discussie: de vragen die gesteld worden, de methodes die gehanteerd worden, zelfs de uitkomsten liggen niet vast. Om mee te kunnen kijken in de keuken van hun werkvormen, dilemma’s, en beweegredenen, gaat Paulien Dresscher, curator van het programma en onderzoeker op het gebied van digitale cultuur, het gesprek aan met de Fellows.

De tweede Fellow dit jaar is Matthew C Wilson.

Fellows 2025-2026
Deel 2:  Matthew C Wilson

Screenshot 2026 09 04 at 00 18 42

Het einde van de tegenstelling tussen natuur en cultuur

Matthew C. Wilson is een Amerikaanse kunstenaar, onderzoeker en filmmaker en maakt deel uit van de derde lichting NFF Fellows. In zijn films, installaties en sculpturen onderzoekt hij hoe wetenschap, technologie en natuur steeds meer met elkaar verweven raken. Op basis van gesprekken met wetenschappers over de hele wereld verbeeldt hij alternatieve werkelijkheden en mogelijke toekomsten. Zijn centrale vraag: wat gebeurt er met onze manier van leven als de grens tussen natuur en cultuur steeds minder duidelijk wordt?

Van oudsher plaatsen we onszelf als mensen buiten en boven de natuur. Wij mensen hebben de cultuur, nemen bewuste beslissingen en geven betekenis aan ons handelen; een rivier of bacterie kan dat niet. Wij zijn gewend onszelf te zien als waarnemers en beheersers van de natuur, die we naar onze hand zetten. Maar deze klassieke kijk op de wereld vertoont steeds meer barsten — in de filosofie bij denkers als Donna Haraway, Bruno Latour en Rosi Braidotti, in land art en inheemse kennissystemen, en in de wetenschap: microbioomonderzoek laat zien hoezeer de mens uit bacteriële ecosystemen bestaat, en plantenneurobiologie roept de vraag op of communicatie wel uitsluitend menselijk is.

Volgens Wilson is dit contrast tussen natuur en cultuur achterhaald, en is op zoek naar nieuwe manieren om de wereld te begrijpen. Als kunstenaar volgt hij de ontwikkelingen in de wetenschap om erachter te komen welke vormen van samenleving we in de toekomst kunnen verwachten. Hij maakt daar vervolgens verhalen van: als film, als scenario, als sculptuur. Om ons voor te bereiden op de toekomst.

Still 2026 09 02 150618 1 75 1

Het Antropoceen: een omstreden term

In ons gesprek vertelt Wilson hoe het onderscheid tussen natuur en cultuur onder druk komt te staan door het Antropoceen: een voorgestelde naam voor het tijdperk waarin menselijke activiteit zo groot is geworden dat zij de aarde zelf verandert. Dit zie je op allerlei plekken terug. Plastics en pfa's die niet meer uit het milieu te krijgen zijn, landschappen die overgenomen worden door bebouwing, datacentra en zonnefarms, uitstervende diersoorten en smeltende gletsjers. Vooral na de tweede wereldoorlog heeft dit door de industrialisatie een vlucht genomen.

Toch is de term zelf omstreden. De grootste impact op de klimaatcrisis komt namelijk niet van de mensheid als geheel, maar van een specifieke subgroep — in culturele, economische en geopolitieke zin. “De impact van de mens op het klimaat zit vooral in de koolstofuitstoot, en die is ongelijk verdeeld over de wereldbevolking. Het zijn vooral de postindustriële samenlevingen, waarbij het moment waarop die ‘industrialisatie-klok’ begint te lopen, bepalend is voor de mate van impact,” aldus Wilson. Dat biedt een andere blik op ecologische verantwoordelijkheid, die niet voor de hele menselijke soort in gelijke mate opgaat.

Aarde, leven en denken als één systeem

Om te ontsnappen uit de natuur-cultuur tegenstelling, waarin mensen, andere organismen en de fysieke aarde niet als volledig afzonderlijke domeinen worden gezien, wendt Wilson zich tot het gedachtegoed van de vroeg twintigste-eeuwse wetenschapper Vladimir Vernadsky.

Vernadsky ziet de aarde als een systeem waarin gesteente, leven en denken elkaar voortdurend beïnvloeden. Hierbij ziet hij gesteente, mineralen en fysieke processen als onderdeel van de geosfeer; alle levende organismen als de biosfeer; en het menselijk denken, kennis en technologie als de noösfeer. In zijn ogen is het de feedbackloop die centraal staat: wat mensen bedenken en bouwen verandert de planeet, terwijl die planeet op haar beurt bepaalt hoe mensen kunnen leven en denken; het één bestaat niet zonder het ander.

Het is eigenlijk die terugkoppelingslus tussen de noösfeer, de geosfeer en de biosfeer waar mijn interesse ligt, en waardoor we preciezer kunnen zijn dan de natuur-cultuur tegenstelling. De geest van de mens, de noösfeer, wordt dan net zo’n planetaire realiteit als gesteente of ecosystemen.”
--Matthew C Wilson

The Factitious

Als mensen zelf onderdeel zijn van natuurlijke processen, wordt ook het onderscheid tussen wat “gemaakt” en wat “natuurlijk” is minder vanzelfsprekend. Dat grensgebied noemt Wilson the factitious. Daarmee bedoelt hij dingen die door menselijk ingrijpen ontstaan, maar daardoor niet minder echt zijn. Het begrip helpt Wilson nadenken over nieuwe vormen van leven, materie en omgeving die ontstaan op de grens van natuur, technologie en verbeelding. Wilson: “Factitious is zoiets als ‘synthetic’, maar ik vind het mooier omdat het een echo heeft van ‘feit’ en tegelijkertijd als ‘fictie’ klinkt. The factitious benoemt de ruimte tussen natuur en cultuur: dingen die door menselijk ingrijpen ontstaan maar toch volkomen echt zijn, geen illusies of voorstellingen maar authentieke entiteiten die voorheen niet in de wereld bestonden.”

Concrete voorbeelden hiervan zijn te vinden in de synthetischebiologie. Dat kan gaan om levensechte structuren die door mensen zijn ontworpen, om laboratoriumprocessen die natuurlijke groei nabootsen, of om materialen die zich gedragen alsof ze uit de natuur voortkomen terwijl ze technisch zijn gemaakt. Zulke voorbeelden maken duidelijk waarom Wilsons vragen niet alleen theoretisch zijn. Ze raken aan een wereld waarin menselijke technologie niet langer alleen gereedschappen maakt, maar ook nieuwe vormen van leven, materie en omgeving mogelijk maakt. Aldus Wilson: “Mijn werk als kunstenaar is georganiseerd rondom synthetische biologie. De vraag die ik daarmee wil oproepen gaat over wat er gebeurt wanneer menselijke technologie niet alleen gereedschappen begint te produceren, maar ook nieuwe vormen van leven, materie en wereld.”

Factitious flora video

Dit begrip staat ook centraal in zijn werk Factitious Flora, een experimentele film over mogelijke toekomsten van planten. De film onderzoekt hoe planten niet alleen als natuurlijke organismen kunnen worden gezien, maar ook als onderdeel van netwerken met mensen, machines en planetaire processen. Daarmee laat Wilson concreet zien wat ‘the factitious’ kan betekenen: een werkelijkheid waarin het natuurlijke en het gemaakte niet meer eenvoudig van elkaar te scheiden zijn.

Van sculptuur naar cinematisch prototype

Als kunstenaar en filmmaker onderzoekt Wilson synthetische biologie en synthetisch leven. Gesprekken met wetenschappers uit uiteenlopende disciplines vormen zijn belangrijkste inspiratiebron: in plaats van alleen papers te lezen, bezoekt hij laboratoria, onderzoeksgroepen en conferenties over de hele wereld. Zoals hij zelf zegt: “Ik heb geen wetenschappelijke graad, maar ben in wezen vooral een geïnteresseerde buitenstaander. Het enige verschil tussen mij en een willekeurige andere persoon zonder voorkennis is dat ik hier tijd aan heb besteed.” Wat hij meebrengt is aanhoudende nieuwsgierigheid en het vermogen om domeinen met elkaar te verbinden — een vaardigheid die voortkomt uit zijn achtergrond in literatuur, beeldende kunst en analytisch denken.

Zijn onderzoek begon ooit in de beeldhouwkunst — een medium dat volgens hem ‘echt’ is: een fysiek object dat je lichamelijk en ruimtelijk kunt ontmoeten. Volgens Wilson vraagt een sculptuur meer van je interpretatievermogen dan een bewegend beeld, mogelijk juist omdat het geen verhaal of personages heeft waarmee de toeschouwer zich kan identificeren. Een installatie breidt dit uit tot een meer meeslepende omgeving, maar mist nog altijd het verhalende aspect. Film lost dit volgens Wilson op.

Het is een medium dat in staat is om een wereld die nog niet bestaat weer te geven, niet alleen af te beelden, maar te modelleren, met een resolutie die dicht in de buurt komt van de eigen mentale beeldvorming van de kijker.”
--Matthew C Wilson

De uitkomsten van Wilson’s onderzoek zijn zeker geen definitief eindpunt van het onderzoek. In zijn presentatie tijdens NFF kiest hij dan ook voor een voorlopige vorm, Hij toont een groeiende catalogus van hybride en synthetisch-biologische ‘specimens’,  samengesteld op basis van gesprekken met wetenschappers, laboratoriumbezoeken en bestaand onderzoek. Deze specimens maken concreet wat Wilson met the factitious onderzoekt: levensvormen waarin het onderscheid tussen natuurlijk, technologisch en door mensen ontworpen steeds moeilijker vol te houden is. Uit deze catalogus selecteerde Wilson enkele specimens die hij verder heeft uitgewerkt tot korte filmische prototypes: atmosferische beelden van mogelijke werelden waarin deze organismen bestaan en zich verder ontwikkelen. Ze voorspellen geen vaststaande toekomstbeelden, maar nodigen het publiek uit om te speculeren over wat deze nieuwe levensvormen zouden kunnen worden en hoe ze de werelden waarin we leven mogelijk veranderen.

Design fiction: geen verhalen, maar werelden

Wilson presenteert zijn scenario’s bewust als momentopnames — als zaadjes in plaats van voltooide werken. “Wat ik laat zien op het festival zijn fragmenten die verwijzen naar toekomstige films met een hogere resolutie, het zijn nog geen voltooide werken.”

Daarbij beroept hij zich op Bruce Sterlings definitie van design fiction: “Je vertelt niet zozeer een verhaal over een mogelijke toekomst, maar laat een wereld zien waarin de toekomst al bestaat. Het object, prototype, beeld of artefact dient dan als bewijsstuk uit die wereld. Wilson: “Het werk vertelt dus niet zozeer ‘verhalen’, maar eerder ‘werelden’ — kiemen van een toekomst”.

Met het oog op de toekomst wil Wilson deze fragmenten uitbouwen tot volledig verhalende films, door scripts te schrijven, acteurs te casten en crews samen te stellen, terwijl hij geworteld blijft in de kunstcontext van galeries en kunstenaarscinema.

Still 2026 09 02 150618 1 11 1

Essentie: verbeelding als voorbereiding 

Het werk van Wilson kan ons via verbeelding voorbereiden op toekomstige veranderingen die nu nog moeilijk te overzien zijn. Voor hem is biotechnologie dan ook geen sciencefiction, maar een ontwikkeling die buiten het zicht van het grote publiek de wereld van morgen voorbereidt. Door deze mogelijke werelden te tonen voordat ze werkelijkheid worden, wil hij de kijkers verleiden tot zich inleven in de menselijke, ecologische en culturele aspecten van deze toekomst.

Toch verzet Wilson zich tegen het idee dat zijn werk ten dienste zou moeten staan van wetenschapscommunicatie: “Ik geloof niet dat kunst een specifiek resultaat of een specifieke taak moet opleveren namens de wetenschap, dat zou een last zijn voor de kunsten. Wat kunst in plaats daarvan kan doen, en waarvoor ik haar probeer te gebruiken, is het creëren van onbekende ervaringen voor toeschouwers: ontmoetingen die zo vernieuwend zijn dat ze iemand de wereld met nieuwe ogen laten zien.”

Een wetenschappelijk model, zoals een klimaatprognose, kan ons vertellen wat er zal gebeuren als bepaalde trends doorzetten, maar niet hoe het zal voelen om in die toekomst te leven. Film biedt daarvoor een ander instrument: het vermogen om toekomstscenario’s te verbeelden en te beleven, nog voordat ze werkelijkheid worden. Een verhaal kan zo sterk leven in onze gezamenlijke verbeelding dat het bepaalt waar onderzoekers zich op richten en zo uiteindelijk zelfs kan bijdragen aan het werkelijkheid worden ervan. Dat gold voor ideeën over kunstmatige intelligentie, lang voordat conversatie-AI het dagelijks leven binnentrad, en het geldt volgens hem net zo goed voor verhalen over de gevaren van AI en de verwarring rond biotechnologie.

Door zijn toekomstscenario’s te baseren op echte laboratoriumbezoeken en dicht bij de ‘harde’ wetenschap te blijven, probeert Wilson niet zomaar te fantaseren over wat mogelijk is. Hij wil op een zorgvuldige manier ingrijpen in wat hij de social imaginary noemt: de gedeelde ideeën en verhalen over hoe de toekomst eruit kan en zou moeten zien.

Toch pretendeert Wilson niet de toekomst te voorspellen: “De praktijk van geen enkele kunstenaar is op zichzelf bepalend voor het traject van een technologie met zulke ingrijpende gevolgen als de synthetische biologie. Maar door ‘zaadjes’ van mogelijke werelden te produceren in plaats van gesloten verhalen, en door die zaadjes te behandelen als voorlopige prototypes in plaats van definitieve conclusies, wil ik de kijkers de kans geven om in de verbeelding, en bij voorbaat, te oefenen met wat het zou kunnen betekenen om te leven naast technologieën die al stilletjes hun intrede doen.”

Geschreven door Paulien Dresscher

ga terug