Belangrijk in Maurers werkwijze is het gevoel dat er iets nieuws ontstaat: dat zij samen met de AI iets ontwikkelt en dat er een bepaalde richting wordt ingeslagen. Maar eenvoudig is dat niet altijd: “Ik vraag me steeds af: welke kant wil ik eigenlijk op? De laatste tijd blijken relationele prompts daarbij het meest interessant. Dat zijn prompts die draaien om de relatie tussen mij en het model. Dansend met een bal kan bijvoorbeeld aan het model gevraagd worden om terug te praten vanuit het perspectief van die bal.”
Ook de vorm van het geheugen van de AI speelt een rol. Over het algemeen wordt een model met geheugen in de techwereld juist als kracht gezien. In Maurers model onthoudt de AI niets van eerdere gesprekken: elke sessie begint opnieuw, waardoor elke nieuwe prompt een nieuwe wereld kan vormen.
Frictie
Voor Maurer draait DOOP uiteindelijk niet alleen om AI, maar vooral om wat er gebeurt in de ruimte tussen mens en machine. Frictie speelt daarin een centrale rol, en krijgt in haar dansonderzoek verschillende vormen: fysiek, relationeel en rictie door vertaling.
Allereerst is er fysieke frictie. Door haar hele lichaam in te zetten en te bewegen op manieren die experimenteel, onbekend, onhandig of zelfs ongemakkelijk zijn, ontstaat weerstand op lichamelijk niveau. Juist daarin ligt voor Maurer een directe beloning: het lichaam wordt uit vaste patronen gehaald, en het bewegen zelf brengt plezier.
Daarnaast is er relationele frictie. Als de installatie goed werkt, ontstaat er een complexe relatie tussen danser en machine. De AI-stem suggereert, vraagt, moedigt aan en geeft commentaar terwijl Maurer danst. Ze laat zich door die stem uitdagen en verstoren; soms verzet ze zich tegen de suggesties, soms inspireren ze haar. De interactie kan speels en plezierig zijn, maar ook vreemd, absurd of irritant. Precies die wisselende ervaring dwingt haar dieper haar lichaam in: om te handelen, spelen, experimenteren en reageren.
De derde vorm is frictie in de vertaling. In gesprek met filosoof Miriam Rasch – schrijver van het boek ‘Frictie: ethiek in tijden van dataïsme’en een van de coaches in dit traject – werd voor Maurer duidelijk hoe essentieel vertaling is. Data en cijfers zijn volgens Rasch altijd al een vertaling van een rommelige werkelijkheid die is schoongemaakt en vereenvoudigd. Toch doen we vaak alsof we precies weten wat die data betekenen, terwijl iedereen er iets anders in kan zien. Frictie ontstaat juist door die verschillende interpretaties toe te laten en ambiguïteit niet glad te strijken.
In DOOP wordt die vertalings-frictie uitvergroot. De machine vertaalt Maurers bewegingen naar een prompt, maar die vertaling is nooit zuiver: ze is ruisachtig, ambigu, feilbaar. Maurer interpreteert die prompt vervolgens niet letterlijk, maar subjectief en intuïtief, waarna de machine daar opnieuw op reageert. Zo ontstaat een voortdurende feedbackloop — een grote ruismachine — waarin elke stap een keuze is uit talloze mogelijke richtingen.