|
Taxandria
De rustige Wessel woont samen met zijn oma in een groot huis. Hij zorgt voor haar, houdt haar gezelschap en leest haar voor. Als oma plotseling komt te overlijden, verschijnen zijn broers en zus op het toneel. Wessel vertrouwt ze niet. Ze lijken zich vooral bezig te houden met de taxatie van het huis. Het huis dat Wessel helemaal niet wil verkopen. Vanuit de talrijke gangen en kamers bespioneert hij zijn familieleden. De enige die hij om zich heen lijkt te verdragen, is Tessa, het meisje van de thuiszorg, maar zij houdt afstand. Wessel raakt steeds meer in zichzelf gekeerd. Hij ontwijkt vragen over het wat en hoe van oma's overlijden. Weet hij zelf wel wat er gebeurd is? Langzaamaan verliest hij zijn grip op de realiteit. Heden, verleden en fantasie beginnen in zijn beleving door elkaar te lopen. Een krakende vloer, een knarsende deur, een silhouet dat voorbij schuifelt, Wessel hoort en ziet dingen die er misschien helemaal niet zijn. Stukje bij beetje ontvouwen zich de geheimen die zich afspelen binnen de muren van het huis.
|