|
Ik ben Ayaan
Hoe snel de ster van Ayaan Hirsi Ali is gerezen, wordt duidelijk in het begin van deze documentaire, als regisseur Eveline van Dijck Hirsi Ali gebruikt als tolk bij een film over een Somalische vluchtelinge. Het is dan 2001 en niemand heeft nog van haar gehoord. Naar aanleiding van een gedurfd artikel in de Volkskrant besluit Van Dijck de ontwikkeling van de Somalische vast te leggen. Die ontwikkelingen komen al snel in een stroomversnelling en halverwege de film vinden de ontmoetingen al plaats in de aanwezigheid van bodyguards, in het huis van Theodor Holman, waar ook Theo van Gogh nog langskomt. De video-opnames van Van Dijck - waarin Hirsi Ali zich vaak opvallend ontspannen en geestig toont - hebben, in het licht van Van Goghs dood en Ayaans verkettering, een soms lugubere uitwerking. Zeker de scènes waarin met een glas wijn in de hand grapjes worden gemaakt over doodgaan.
|