di 04 feb 2020

NFF Extended Verslag: Jeugdfilm

De Nederlandse jeugdfilm verdient behalve lovende recensies en buitenlandse waardering ook mooie bezoekcijfers. Op uitnodiging staken een aantal experts uit alle disciplines (van maker tot vertoner, van distributeur tot educator, van producent tot fonds) op 13 december daarom de koppen bij elkaar in een speciaal aan de Nederlandse jeugdfilm gewijde NFF Extended.

De bijeenkomst was het bewijs dat vrijdag de dertiende helemaal geen rampdag hoeft te zijn, alhoewel de aanleiding natuurlijk niet per se feestelijk was. Want al zat de Nederlandse jeugdfilm ooit gigantisch in de lift, de afgelopen jaren kwam daar de klad in. Ondanks de hoge kwaliteit en internationale waardering liep het publiek, de recette(van €16,1 miljoen in 2014 naar €7,1 miljoen in 2018) en het  totaalbezoek aan Nederlandse jeugdfilms terug (van 2,3 miljoen in 2014 naar 0,9 miljoen in 2018*) en het marktaandeel terug. Het recent gepubliceerde onderzoek Zien & gezien worden: Een onderzoek naar de distributie en vertoning van Nederlandse jeugdfilms in de bioscoop (2011-2018) van het Nederlands Filmfonds bracht de situatie en verklarende factoren in kaart en was de directe aanleiding om een dertigtal experts uit het jeugdfilmveld uit te nodigen voor een presentatie van de situatie in de vijf Scandinavische landen door de Fin, Petri Kemppinenen en een uitgebreide brainstormsessie over de zichtbaarheid van de Nederlandse jeugdfilm met Hildegard Bongarts van VanStrategie.

Petri Kemppinen, die van 2013 tot november van dit jaar de scepter zwaaide over het Nordisk Film & TV Fond, vergeleek de situatie van de Scandinavische jeugdfilm met de Nederlandse. Waar de Nederlandse jeugdfilm in 2018 in eigen land een marktaandeel van 11,2 procent noteerde, was dat net wat minder dan IJsland (13,3%) en Zweden (18,7%) maar beduidend minder dan Noorwegen (25,2%) en Denemarken (29%).​

Uit de presentatie van Kemppinen bleek dat de vijf Scandinavische landen in de tijdsperiode van 2014-2018 drie keer zoveel filmbezoeken boekten dan Nederland, bij een vergelijkbaar inwoneraantal (7,4 miljoen in Nederland tegenover 20,4 miljoen in de Scandinavische landen). De jeugdfilm neemt daar een gezond marktaandeel in. Zo heeft bijna een derde van de in eigen land geproduceerde jeudgfilms een positie bemachtigd binnen de top tien van de best bezochte films van hun eigen land. Kemppinnen nam in vogelvlucht de situatie van de verschillende landen door, met de gegevens uit zijn onderzoek. Hoofdconclusies waren dat animatie en jeugddocumentaires met lokale onderwerpen goed scoren, ook over de grens en dat de markt goed reageert op de inspanningen van bioscopen en grote distributeurs.

In het vervolgdeel werden de aanwezigen verdeeld in vijf verschillende groepen die zich bogen over de hoofdvraag ‘hoe kunnen we de Nederlandse jeugdfilm beter zichtbaar maken?’ In de gesprekken werd gekeken naar wat die vraag voor de afzonderlijke aanwezigen precies inhield. Best verfrissend dat er eens niet gezocht werd naar gezamenlijke consensus. De focus lag op ieders eigen vakgebied en wat ieder van de aanwezigen zelf zou kunnen ondernemen om de situatie te verbeteren. Dat leverde behalve de nodige gesprekstof ook een reeks aan sheets en post-its met ideeën, suggesties en aanzetten voor concrete acties op. Om te voorkomen dat het bij mooie woorden of geuite frustratie blijft, konden de genodigden er zelf voor kiezen om zich aan een initiatief te verbinden, als kartrekker of als meedoener/denker. De datum voor een vervolggesprek in zomer 2020 wordt nu gepland.

Graag vullen we dit aan met de cijfers uit 2019, waarin de bezoekersaantallen met 1,9 miljoen bezoekers weer een hoopvolle stijgende lijn laten zien in vergelijking met 2018, waar de teller bleef steken op 980.000 bezoekers. (bron: Nederlands Filmfonds, 4 februari 2020)

Voorstellen ter verbetering van de positie van de Nederlandse jeugdfilm

  • De Nederlandse kinderfilmweek, met de Kinderboekenweek van CPNB als voorbeeld. Dit idee blijkt aan te sluiten op een initiatief waar het Nederlands Filmfonds en Eye i.s.m. LUX Nijmegen nu een inventariserend vooronderzoek voor laten uitvoeren.
  • ‘Woensdag, nationale jeugdfilmdag’ om ook buiten de dwang van de schoolvakanties een mooi podium te bieden en vertoners te ondersteunen. Via een brede campagne en een brede, tijdige programmering krijgen makers, de doelgroep en hun opvoeders de kans om van film te genieten op de mooist denkbare plek: de filmzaal. Want ook daarvoor geldt: wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. Naast dat zo het cultureel erfgoed verspreid wordt, motiveert het de theaters om extra inspanningen te doen, zoals het aanbieden van filmworkshops en -sessies.
  • Meer aandacht (en budget) voor marketing.
  • De samenwerking binnen de gehele keten t.a.v. de productie, distributie en vertoning van jeugdfilm kan worden verbeterd en geïntensifieerd, met een gedeeld gevoelde verantwoordelijkheid en met oog voor het totale belang.
  • Laat Nederlandse jeugdfilms meeliften op het succes van internationale producties als Frozen 2 (door bijvoorbeeld altijd een trailer van een Nederlandse productie erbij aan te bieden).
  • Betere zichtbaarheid, door exploitanten te bewegen om promomateriaal prominent te plaatsen (bijvoorbeeld een vaste plek op de affichewand).
  • Aandacht voor de event-beleving, bijvoorbeeld door analoog aan de Ladies Nights een soortgelijk evenement voor de jeugd-doelgroep te organiseren.
  • Journalisten en media meer en pro-actief bij het product betrekken en samen optrekken. Dat kan al beginnen met zorgen dat ze in het volgende overleg ook vertegenwoordigd zijn.
  • Succes moet meer gevierd worden en benut. Daarnaast ook kritisch kijken of alleen bioscoopbezoekcijfers zaligmakend zijn. Laten we het bereik niet vergeten, nu de doelgroep ook veel films bekijkt via de diverse VOD-platforms en op tablets. Of de culturele impact, film is niet alleen van financiële waarde.
  • De releases mogen meer gespreid worden, zodat je elkaar onderling niet beconcurreert.
  • Meer aansluiting met de beoogde kijkers zoeken, o.a. door meer creativiteit en zichtbaarheid op de (online) plekken waar ze zich ophouden. Daarbij is kennis over de doelgroep onontbeerlijk.
  • Nederlands Film Festival en Cinekid als kwaliteitstempel door het jaar heen.
  • Voor filmeducatie is een belangrijke rol weggelegd. Kan dit meer worden gebundeld, op elkaar worden afgestemd en zichtbaar worden gemaakt?
  • De gezamenlijke lobby richting politiek (en wellicht ook exploitanten) voor een quotum of een taks op buitenlandse concurrenten door te zetten.

Tekst: Anton Damen

Meer weten over NFF Extended? Klik hier.