Wrap-up NFF Conferentie 2018

Het advies van de Raad van Cultuur zorgde vrijdag 28 september voor een volle dag aan gespreksstof op het NFF, waar professionals op de NFF Conferentie de koppen bij elkaar staken om de stand van zaken in het AV-landschap te bespreken en vooral gezamenlijk te zoeken naar oplossingen en kansen.

Door Anton Damen

De NFF Conferentie startte met een plenair programma waar als eerste de zichtbaarheid van de Nederlandse producties op het menu stond en vervolgens de transitie van omroepen van lineaire aanbieders naar online aanbieders werd besproken. Erwin Provoost, directeur van het Vlaams Audiovisueel Fonds wond in zijn openingsstatement geen doekjes om de grootste uitdaging van de sector -“de tsunami van buitenlandse producten” waar lokale partijen mee moeten concurreren: “Or we grow, or we die.”
De Franse Alexandra Lebret, directeur van European Producers Club, zag ook kansen. “We moeten ons realiseren dat de online-rechten van films waarde vertegenwoordigen. We ontdekken dat films ook succes kunnen boeken buiten het eigen domein. Een op en top Britse serie als Downton Abbey is bijvoorbeeld een enorme kijkcijferhit… in China.” Volgens Lebret is Netflix niet per se de grote boze wolf in het verhaal, maar moet je juist met zo’n partij werken om de algoritmes zo in te stellen dat lokale producties goed worden gepresenteerd.
Doreen Boonekamp van het Nederlands Filmfonds zag als uitdaging de zorgwekkende trend dat het marktaandeel van Nederlandse films achteruit gaat. Volgens Boonekamp moet in het kader van het vergroten van de zichtbaarheid het geld niet alleen naar productie gaan, maar ook naar distributie. “En de ontwikkelingsfase is van groot belang, daarin moet worden geïnvesteerd. En als we over kwaliteit en talent praten, dan houdt dat ook een goede filmeducatie in. De industrie kan veel dingen zelf voor elkaar krijgen, maar er is echt steun nodig van de nationale overheid om de industrie te helpen met zich aanpassen.”

Een van de conclusies van het tweede gedeelte van de ochtendsessie was dat iedereen in tv-land op zoek is naar dat ene model dat de krachten kan meten met Netflix en YouTube, maar dat zo’n model een illusie is.
Markus Sterky (Content Strategist Sveriges Television) riep op tot experiment: “Je moet heel veel dingen proberen en als iets niet werkt, dan stop je daarmee.” Als voorbeeld noemde hij dat zijn Zweedse tv-zender het merendeel van de content al om twee uur ’s nachts online zet, uren voor de tv-première, zodat er gedurende dag het al een gespreksonderwerp op social kan worden.”
Eefje Blankevoort pleitte ook voor experiment – zoals offline evenementen als meet ups rond NPO-programma’s – en ook voor meer trots, want tv behalve een vereist voor aanspraak op subsidie ook een prachtig keurmerk. Frans Klein, NPO-directeur Video, stelde dat de hoofdstrategie om grotere zichtbaarheid te realiseren is: minder, groter, beter. Productie verminderen, meer budget zodat het een kwalitatiever eindresultaat oplevert.

 

Concrete stappen zetten
In de middag waren er tal van meetings, ronde tafelsessies en presentaties. Zo gaf Film Distributeurs Nederland, die de alarmklok luidt over de gestage terugloop van marktaandeel van de Nederlandse publieksfilm, samen met het NFF een voorzet op de te vormen denktank door het publiek via de smartphone mee te laten beslissen over mogelijke oorzaken en oplossingen.
Zowel zaal als aanwezige vertegenwoordigers waren het er over eens dat vooral een kwestie is van de neuzen dezelfde kant op te krijgen. Na het festival worden door FDN en NFF de uitnodigingen verstuurd wie zitting moet nemen in de denktank, met als doel op binnen zes maanden al concrete stappen gezet te hebben, voor quick wins en voor de langere termijn.

 

Filmeducatie naar een hoger plan
Door de bijeenkomst Film: valt er wat te leren waaide een optimistische wind. Eye’s Florine Wiebinga betoogde dat er kansen zijn om het versnipperde educatie-aanbod beter te organiseren door makers, vertoners, onderwijzers en politici samen te brengen en samen te laten werken, en zo filmeducatie naar een hoger plan te tillen.
Een inspirerend Vlaams voorbeeld (JEF, dat festival, distributie en educatie bundelt) en een panelgesprek leerde dat samenwerking inderdaad loont, en dat de ambitie is dat elke leerling, van elk niveau en in elk dorp en stad bereikt moet worden – én dat daarvoor hechtere samenspraak met en inbreng van docenten gewenst is.
Des te mooier dat de afsluiter de uitreiking was van de allereerste ‘Filmleraar van het jaar’-award, als opsteker voor al die leraren die soms al jarenlang met tomeloze inzet hun liefde voor filmmaken en -kijken op de nieuwe generaties overdragen. De genomineerde leraren besloegen samen het gehele schoolspectrum, van kleuterjuf tot bovenbouw middelbaar. De winnaar was Jeroen Stultiens van Montessoribasisschool Roermond.