Forum van de Regisseurs | De Libi

Vertoning van deze voor het Forum van de Regisseurs geselecteerde film met een inleiding door Bart Rutten (Artistiek Directeur Centraal Museum) en een nagesprek met Shady El-Hamus.

De Forum-samenstellers over hun keuze voor deze film:

‘Het is 5 voor 12’, luidt de goedbedoelde waarschuwing van de directeur van het vmbo, nadat hij Bilal en Gregg voor de zoveelste keer heeft betrapt op blowen tijdens lesuren. Het is tegen dovemansoren. ‘Het is kwart voor elf’, riposteert de bijdehante Gregg. ‘Bijna pauze.’ En weg zijn ze, de wijde wereld in.

De Amsterdamse regisseur Shady El-Hamus maakte in 2012 indruk met zijn Filmacademie-eindexamenfilm Over zonen. Daarna maakte hij de kortfilms Nachtschade en Bestaan is gaan en de tv-film Malik, een serieus drama over de schaduwzijde van de multiculturele samenleving, met een mooie, gecompliceerde hoofdrol van Bilal Wahib.

De Libi (straattaal voor ‘het leven’), door El-Hamus op het lijf van dezelfde, destijds pas 17-jarige Bilal geschreven, is anders van toon. Bilal, Gregg (Danïel Kolf) en Kevin (Oussama Ahammoud) zijn boefjes – maar aardige boefjes. Met grote dromen, waarin school geen rol speelt. Want wat heb je eraan om een gummetje met slagschaduw te kunnen tekenen als het je grootste uitdaging is om de hippe club Jimmy Woo binnen te komen om indruk te kunnen maken op een leuk meisje?

El-Hamus grasduinde in tal van fijne films – van John Hughes’ spijbelklassieker Ferris Bueller’s Day Off tot het Franse outcastdrama La Haine; van Sam de Jongs ode aan Amsterdam-Noord Prins tot 8 Mile, over de opkomt van een getalenteerde rapper. Hij speelt met vooroordelen en omarmt de clichés, combineert muziek van rapper Hef (die een cameo heeft) met brass van Gallowstreet en Jungle by Night, en durft zijn personages straattaal te laten spreken die nauwelijks te volgen is voor iedereen boven de dertig.

Het resultaat is een vermakelijke niks-aan-de-handfilm over vriendschap en vol- wassenwording, ambities en erkenning, en materialisme en status. Problemen verdwijnen als sneeuw voor de zon, en toch weet het onbekommerde grotestadssprookje op zijn beste momenten nog te ontroeren ook.