De 7 Gouden Vragen Aan... Noël Loozen

 
Tweewekelijks voelt het NFF een talent op het gebied van film, televisie en interactive aan de tand. In aanloop naar het festival interviewde het NFF al heel wat van deze talenten voor de rubriek De 7 Gouden Vragen Aan... zoals  Sophie Dros (winnaar Debuutcompetitie),  Thessa Meijer (Talent en Route) en  Festus Toll (genomineerde Studentencompetitie). Wie straalden nog meer op het NFF dit jaar? Terwijl het NFF in volle gang was, spraken we dit keer met regisseur Noël Loozen in het hart van het festival: het Festivalpaviljoen.  
 

 Naam: Noël Loozen  Geboortedatum: 15 maart 1983
 Vorig:           o.a. SPOETNIK (NFF 2015)
 Huidig: BOTANICA, One Night Stand - LIMBURGIA (NFF 2017)
Tijdens het NFF gingen de korte film BOTANICA en de One Night Stand-film LIMBURGIA in première, waarin het personage Willie de kans krijgt om koning van Schutterij Limburgia te worden. Hij zet alles op alles om eindelijk deze belangrijke eretitel te bemachtigen. Maar ondanks Willie’s onvermoeibare voorbereidingen gaat op de grote dag alles mis.

Noël: “In de films die ik maak creëer ik een hele eigen wereld. Net als in SPOETNIK of BOTANICA spelen de mensen in die wereld met thema’s waar we allemaal mee te maken krijgen. LIMBURGIA is wel de meest dramatische film die ik heb gemaakt en tegelijkertijd kun je ook om deze wereld lachen. Het gaat over iemand die je dierbaar is verliezen, een gevoel dat we allemaal kennen. Terwijl maar weinig mensen weten hoe het is om een schutterij te verliezen, wat in de film ook gebeurt. In Limburg heb je in ieder klein dorp wel een schutterij en dat is daar heel belangrijk voor de gemeenschap. Toch worden het er steeds minder doordat het moeilijk is geworden nieuwe leden te werven.
Een première op het NFF is natuurlijk heel spannend. Je zit dan voor de eerste keer in de zaal tussen mensen die nog niets gezien hebben. Dan hoop je toch dat je het publiek mee kunt krijgen en niet alleen jezelf."



1. Wat is je meest memorabele moment uit je carrière tot nu toe?

“Tijdens het maken van SPOETNIK werkte ik samen met mijn broertje Jiri, die de hoofdrol speelde in de film. Dit zorgde voor een aantal bijzondere momenten zoals toen hij tijdens de opnames van mij geen biertjes mocht drinken omdat hij moest acteren. We sliepen toen in dezelfde hotelkamer en een keer lag er op mijn kussen een tekening die Jiri had gemaakt, waarop ik stond afgebeeld als een soort koning. 

Een sentimenteel moment was tijdens de première van LIMBURGIA op het NFF. Ik zat naast de hoofdrolspeler Michiel Kerbosch. Nadat de film was afgelopen keek ik opzij en ik zag dat zijn vrouw een traantje moest laten en Michiel kneep hard in mijn been. Het zijn vooral de kleine gebeurtenissen die ik mooi vind.”

2. Wat zou een Gouden Kalf voor jou betekenen?
“Dat zou ik een hele fijne waardering vinden. We hebben wel echt ontzettend hard gewerkt, zo heeft Michiel Kerbosch als echte Amsterdammer volop het Limburgse dialect geleerd, en tegelijkertijd zo een goede acteerprestatie geleverd. Daar zou hij al een Gouden Kalf voor moeten krijgen.”


Michiel Kerbosch als Willie in LIMBURGIA.

3. Wat weet niemand over jouw vak?
“Mijn vader speelt ook in LIMBURGIA. Hij heeft een kleine rol als schiettentuitbater, zo een die je op de kermis vaak ziet. Dat vond ik heel mooi. De film gaat ook over de relatie tussen vader en zoon. De cameraman Tim Kerbosch stond daar toen met zijn vader Michiel Kerbosch die de hoofdrol speelt, tegenover mijn vader. Wij stonden allebei aanwijzingen te geven: ‘papa klein stapje naar rechts, andere papa beetje naar links’."

Hoe was het om de film in Limburg op te nemen?

 “Je komt als een groot Amsterdams productiemonster Limburg binnengereden en soms was het best lastig. De grootste uitdaging was om het filmidee uit te leggen aan een schutterij. Die waren vaak bang om belachelijk gemaakt te worden, terwijl dat niet mijn intentie was. Voor mij is het een soort live action role playing, alleen dan vastgeroest in de cultuur. Ze dachten vaak dat ik een documentaire wilde maken. Bij de tiende poging legde ik fictie uit als een soort sprookje en vonden ze het heel leuk.” 

4. Welke Nederlandse film móet je gezien hebben? 
“DE NOORDERLINGEN van Alex van Warmerdam. Ik houd enorm van zijn films. Ik heb deze film gekeken voordat ik BOTANICA en LIMBURGIA schreef en toen nóg een keer. Het is spannend, raar en vreemd. Altijd als ik die film kijk, heb ik daarna heel veel zin om ook een film te maken.”

Hoe kom je op ideeën voor je films?

“Bij BOTANICA was dat vooral mijn omgeving. Ik ben nu 34 en zie om me heen veel jongens bij hun vriendin weggaan omdat ze nog geen kinderen willen, terwijl hun vrouw dat wel wil. Later vindt ze alsnog een man waarmee ze kinderen krijgt. Het is de natuur, waarvoor je soms de liefde van je leven moet opgeven. De locatie van BOTANICA ontstond toen ik een keer door een tuincentrum liep waar ze ook een papegaai hadden die steeds heel hard riep: ‘lekker hè!’. Toen dacht ik aan alle scènes die we al geschreven hadden en realiseerde ik dat het de ideale plek voor de film is.” 


Sytske van der Ster in BOTANICA.

5. Welk personage uit een film zou je willen zijn?
“Je wilt niet, net als met film, een soort tijdelijk personage zijn. Je wilt iemand zijn die altijd veel kracht heeft. Een betere versie van jezelf, een soort superupgrade. Soms lijkt het mij voor anderen ook handig als ik écht alles kan, zodat ik ook niet iedereen hoef lastig te vallen met wat ik niet kan. Dat ik een hele film helemaal in mijn eentje maak, bijvoorbeeld. Maar dat is ook wel weer saai. Ik vind het een hele lastige vraag.” 

Hoe bedenk je zelf je personages?

“Vaak is het een kleine gemeenschap, net als bij Alex van Warmerdam in DE NOORDERLINGEN. Een kleine wereld waarin mensen iets hebben waarmee ze hun hele leven hebben opgebouwd. In SPOETNIK is dat bijvoorbeeld het frietkot, in LIMBURGIA de schutterij. Ik houd heel erg van mensen met een passie die wij als buitenstaander niet goed kennen. Door er een vergrootglas op te zetten worden het juist hele bijzondere mensen. Dan wil ik bijna dat de kijker die passie, die eerst vreemd leek, met het personage gaat delen. Het gaat namelijk vaak over het verlies van deze passie of de wereld waarin zij leven.”

6. Met wie zou je graag nog willen samenwerken?
“Ik werk altijd met dezelfde mensen, dus ik wil vooral groeien met de mensen met wie ik dingen maak. Mijn broertje Jiri speelde de hoofdrol in SPOETNIK en heeft in BOTANICA ook een rol. Met mijn volgende project zou ik ook weer met Jiri willen werken. Het lijkt me ook heel interessant om Matthias Schoenaerts in een wereld die ik heb gemaakt te zetten. Dat is echt een hele goede acteur.”

7. Welk jong talent in het vak moeten we zeker in de gaten houden?
“Ik sta iedere keer weer te kijken van mijn editor: Mieneke Kramer. Zij heeft al eerder een Gouden Kalf gewonnen, voor de film PRINS in 2015. Ze haalt bij mij alles naar boven om ervoor te zorgen dat ik een film maak die ik écht wil maken. De montage vind ik een van de spannendste momenten bij het maken van een film. Ik denk dat Mieneke heel groot gaat worden als editor."

Ok, nog één laatste vraag: Wat zijn je volgende filmplannen?
“Ik wil heel graag een goede speelfilm maken dat alles bevat wat ik hiervoor heb gedaan. Ik was laatst bij een boswachter die vertelde mij dat, zodra een wolf zelfstandig over de grens Nederland binnenkomt, je het beest niks mag aandoen omdat het dan een ‘inheems dier’ is. Terwijl een mens dat zonder paspoort maar zelfstandig over de grens van Nederland gaat, je mag opsluiten. Dat soort dingen houden me bezig. Het absurdisme van de wereld vind ik heel boeiend.”

De film BOTANICA was op 21 september voor het eerst te zien op het NFF. LIMBURGIA ging op 24 september in première en is op 3 november te zien op NPO 3.