vr 20 dec 2019

Interview met Peter Wingender van PUCK & HANS – MADE IN HOLLAND

Peter Wingender noemt het duo uit zijn fascinerende modedocumentaire PUCK & HANS – MADE IN HOLLAND “a-commercieel en tegelijkertijd toch super succesvol”. Hetzelfde zou je kunnen zeggen van een filmmaker die zonder een cent subsidie een van de publiekslievelingen van het afgelopen NFF afleverde.

Puck Kroon en Hans Kemmink gelden als dé pioniers voor het huidige modetalent in Nederland, maar is die voorkennis vereist voor het kijken van jouw portret?

“Welnee. Het was namelijk vanaf het begin af aan de opzet dat de film ook niet-modieuze types zou aanspreken. Ik ben zelf namelijk ook helemaal geen modemens. De modewereld is wel een heel aparte biotoop, dat maakt het interessant om eens in te duiken. Of ik zelf wat creaties van Puck en Hans in de kast had hangen? Nou, ze maakten dus voornamelijk vrouwenkleding hè? En je zult mij niet zo vaak in een rok betrappen. Ik ken Puck en Hans ook niet vanuit hun glorietijd, maar veel later, van de tennisclub. Daar raakten we aan de praat, zo is het balletje gaan rollen. Ik vroeg ze of ze hun merk nooit verkocht hadden, en toen werd ik getrakteerd op zo’n ‘jij-begrijpt-er-niets-van’-blik. Dat maakt ze zo fascinerend: ze gingen totaal a-commercieel te werk, maar waren toch enorm succesvol, met winkels in Rotterdam, Den Haag en Amsterdam.”

Behalve succesvol komen ze ook over als enorme perfectionisten. Laten die zich wel makkelijk regisseren? Hoe voorkom je dat ze zich niet met jouw film gaan bemoeien?

“Wat betreft ‘laten regisseren’; dat is niet mijn methode. Ik stuur liever onbewust, ben graag die fly on the wall, waarvan je nauwelijks in de gaten hebt waar die op uit is. Dat is onderdeel van de magie. Je moet jezelf wegcijferen en vertrouwen winnen bij alle partijen. In het proces komt er dan als vanzelf van alles op je pad. Daarmee bedoel ik niet per se heftige ruzies hoor. Daar kan de film prima zonder. Van de vertoningen op het festival kreeg ik terug dat mensen veel gelachen hadden – hoe vaak wordt dat bij een documentaire gezegd? En een bevriend scenarist zei dat als hij dit als fictie had ingediend, het subiet was afgekeurd, wegens te weinig drama (lacht).”

Maar als ik het goed begrijp héb je de film niet eens ingediend, maar draaide je hem zonder een cent subsidie? Niet te geloven.

“Ja, AVRO Close Up geloofde het aanvankelijk ook niet. Toch was het zo. Hans belde met het nieuwtje dat het museum een overzichtstentoonstelling wilde, en op dat moment heb je de keus om aan boord van de rijdende trein te springen of niet. Ik deed het, net als bij mijn vorige film HIV HIV HOERA trouwens. Gelukkig sprong Danielle Guirguis er later als producent in, zodat er extra geld beschikbaar kwam voor de montage, en dankzij Close Up kon ik de film mooi afwerken in de postproductie. Maar al mijn eigen geld en tijd – ik heb meer dan zestig uur beeldmateriaal gedraaid -, daarvoor geldt echt dat het liefdewerk oud papier is. Voor de volle honderd procent.”