Roel Reiné over REDBAD en regisseren in Amerika

Of in het geval van REDBAD de pen machtiger was dan het zwaard? Regisseur Roel Reiné windt er geen doekjes om: ja, de ontvangst viel hem tegen. En nee, hij is niet van plan om maar iets van zijn stijl te veranderen, vertelt hij in een bliksembezoek aan het festival. Een week voor het festival draaide hij nog een Netflixserie in Vancouver, begin oktober vloog hij voor een epische ridderreeks naar Praag.

Interview door Anton Damen.


De recensies van REDBAD waren niet bepaald mals, maar zag je de kritiek ook aankomen?

“De lengte de film was vanaf de eerste dag een probleem. De eerste edit-versie was vier uur. En een kwartier. Dat heb ik teruggebracht naar 2,5 uur. Dat was nog steeds te lang. Ik screende de film in Los Angeles aan Jan de Bont. Die zei: fantastisch, ongelooflijk dat zoiets in Nederland gemaakt kan worden, maar… het is te lang. Hij deed een aantal suggesties, waarmee ik de montagekamer indook. Maar met alles wat ik wegsneed, verdween de emotie uit de film, en werd het een heel plotmatig gebeuren. Dus heb ik alles er weer terug in gestopt. Natuurlijk heb ik een enorme kater. Aan de andere kant is REDBAD internationaal wel een succes. Het is aan veel landen verkocht, en op video on demand en in de buitenlandse theaters schijnt hij het goed te doen. En daar krijg ik wél lovende recensies. Ik november zendt de NPO hem uit als vier uur durende serie, en vindt het hopelijk alsnog een groot publiek.”

Maar het is niet dat je door een tegenslag uit het veld laat slaan?

“Natuurlijk niet. Het gekke is dat de recensies erg vergelijkbaar waren met die van MICHIEL DE RUYTER. Nederlandse films moeten maar allemaal zo gewoon, zo realistisch en minimalistisch zijn, maar zo steek ik niet in elkaar. Ik hou van bombastische cinema, nou en? Film moet bigger than life zijn. Bombastische muziek! Extreme close-ups! Slowmo! Afgemixte knallen! Het moet een filmervaring zijn. Eerlijk, een DEADPOOL of een AVENGERS of een STAR WARS doen echt niets anders dan wat ik doe. Die staan óók bol van bombastische muziek, close ups en slowmo’s. Dus nee, ik ga lekker zo door.”

En de telefoon rinkelt ook lekker door, gezien het feit dat jouw agenda tot medio volgend jaar vol staat.

“Ik regisseerde net twee afleveringen van WU ASSASINS, een supergave kungfu-serie voor Netflix met de hoofdrolspeler uit THE RAID-films, en vertrek morgen naar Praag voor twee episodes van KNIGHTFALL, een grote ridderserie over de Tempeliers in de 13de eeuw. Verder staat er een pure actiefilm op de planning, HIGH CALIBRE, waarvoor we nu twee filmsterren een aanbod hebben gedaan en daarna wil ik MISSING LINK draaien, een Amerikaanse productie maar wel met een Nederlands tintje, over de Nederlandse wetenschapper Dubois die eind negentiende eeuw op Sumatra op zoek naar fossiel bewijs van Darwins evolutietheorie ging.”

Maakt het nog verschil, een serie of een film regisseren?

“In tv-land kom je in een lopende machine terecht, waarvan je zelf maar een klein radertje bent. Voor KNIGHTFALL doe ik aflevering 6 en 7 – lekker wel de episodes met de grootste gevechten – maar bij dat soort Amerikaanse producties zijn de producenten en de showrunners de baas, en ben ik eenvoudig weg een creatieve uitvoerder. De budgetten liggen ook anders. Ik schat dat die twee afleveringen van KNIGHTFALL zo’n negen miljoen euro kosten – geld dat in gigantische sets zit. Ze hebben daar drie kastelen opgetrokken en een stuk Parijs uit de dertiende eeuw nagebouwd, en dan lopen er ook nog eens heel veel figuranten en paarden rond. Dat is meer geld dan REDBAD met zijn prijskaartje van zeven miljoen euro. Aan de andere kant heb ik op een Nederlandse set meer macht. Alle macht, want ik bepaal alles, van casting tot wat ik draai tot final cut. In Nederland draaien is creatief gezien dus veel leuker en interessanter dan in Amerika filmen. Maar daar wordt het gewaardeerd als je entertainment levert. Doe je dat in Nederland, dan leg je je hoofd op het hakblok. Toch minder leuk.”